Zwemvestje

Ze heeft haar A-diploma nog net niet. Dus moet ze -tot haar grote frustratie- zwemmen in haar roze-blauwe zwemvestje. We betalen een vermogen om het chique Brigerbad binnen te komen en kunnen dan drie uur springen, glijden, plonsen, duiken en op de ligbedden langs de rand loungen.

P1090143

Elke keer als ze in haar zwemvestje uit het helderblauwe zwembad klimt denk ik aan de kinderen die met of zonder zwemvestjes aan aanspoelen in ons werelddeel. Wat onderscheidt mij van hun moeders?

image

 

Standard

Voor onze ouderen zorgen

In Nederland gebeurt dat natuurlijk ook wel eens. Ouderen die wekenlang dood in hun huis liggen voordat iemand hen vindt. De positie van ouderen en kwetsbaren in Nederland wordt nog wel eens gebruikt als argument om voorzichtig te zijn met het toelaten van vluchtelingen. “We moeten geen nieuwe mensen binnen laten zo lang we niet voor onze eigen ouderen kunnen zorgen”, heet dat. Maar wie zijn ‘we’, vraag ik me hier in CH ineens af. Er is zo’n groot verschil tussen ‘we’ als ‘land’, politieke eenheid, metapositie en ‘we’ als burger, als gezin, als mens. ‘Ik’ zorg in de praktijk namelijk alleen voor mijn eigen kinderen. Zou hier en daar best wat spaarzamer kunnen leven. Op mijn zolder past een hele vluchtelingenfamilie. In mijn logeerkamer een eenzame bejaarde. Een grote pan groentensoep en twee bruine broden per dag en we zouden allen ons dagelijks brood eten zonder eenzaamheid of kou. Maar IK wil dat niet. Natuurlijk. Wat een toestand zou dat zijn zeg.

Waarom neem ik geen vluchteling in huis – filosofisch elftal

Standard

Buitenlanders

Pas ergens op dag vijf realiseer ik me dat ik nog geen enkele migrant, nee, asielzoeker, nee, moslim gezien heb. “Ik zie hier geen buitenlanders”, zeg ik tegen echtgenoot, me even niet realiserend dat ik er zelf een ben samen met de vele Fransen, Belgen, Zweden en Japanners om ons heen. “Zwitserland zit potdicht”, zegt hij. Hij weet zulke dingen. Ik moet altijd eerst even googelen. En vervolgens slikken van wat ik aan domheid tegen kom:

Zo ontmoedigen de Zwitsers de toestroom van asielzoekers

Standard

.CH

En wat een mooi land is het. Treintjes kruipen langs magistrale bergwanden. Rivieren, watervallen en beekjes banen zich op de meest onverwachte plaatsen een weg tussen rotswanden weide en door bossen. Je kunt hier niet anders dan gezond leven. We wandelen uren per dag en leven op water, brood en vers fruit. Om half tien ‘s avonds rollen we om van een moeheid die we uit ons dagelijks leven niet kennen. En het scheelt dat we geen wifi hebben, geen tv en geen kranten. Het geluid van schapenbellen, een beekje langs het huis en de wind in de boomtoppen is de enige prikkel die we hier hebben.P1090176

Ik wil er ineens wel voor altijd blijven. Ik begrijp heel goed waarom die Zwitsers zo gelukkig zijn. Maar: zou ik een langdurig visum krijgen? Misschien wel niet.
In de speeltuin spreek ik een Nederlandse die in Bern woont. Het kan dus. Haar kinderen spreken Duits, Frans en Engels. Haar man vond hier een goede baan. Dat is dus de sleutel: met een goede opleiding maak je kans op dit paradijs. Ik ben ineens een tikje jaloers op het Zwitserleven. Rijd er even niet rond als toerist maar als buitenstaander.

Mijn opleiding kan mijn sleutel zijn tot talloze rijke westerse landen. Wat als je geen opleiding hebt?

World Refugee Day and the lost generation

Standard

Zomervakantie

Op naar Zwitserland. Het land met volgens World Happiness Report 2015 de gelukkigste inwoners van de wereld. Terwijl we met volgeladen auto en dakkoffer de grens naderen roept echtgenoot ineens: “Wacht! De paspoorten”. Ik zoek, dubbelgevouwen achterom tussen de stoelen in de tas belangrijke documenten en inussen passeren we zonder enige moeite de grens. Toeristen zijn we. We mogen het land in zonder voorbehoud. Over vier uur kruipen we in een Zwitsers bed dat al voor ons klaarstaat. Heel even denk ik aan de ouders met kinderen die aankomen aan de randen van Europa. Als ze uit hun bootje aan land komen moeten ze zich eerst registreren.
image

Standard

Vluchten

Zo’n vier jaar geleden besloten we de Pinksterdagen te gebruiken voor het uittesten van onze nieuwe tent. Met drie kinderen van toen 2, 3 en 6 jaar reden we naar een camping op nog geen steenworp afstand van ons huis. We hadden aan alles gedacht en waren onverschrokken. Dachten we. Waar we niet op voorbereid waren: een fikse voorjaarsstorm met onweer en hagel. De twee peuters werden midden in de nacht wakker van de kou en het lawaai en waren zelfs na lang vasthouden niet warm te krijgen. Ze huilden onophoudelijk. Na anderhalf uur wiegen en sussen keken echtgenoot en ik elkaar aan en maakten de zesjarige wakker. We lieten het boeltje achter, renden met de in dekens gehulde kinderen door de hagel naar de auto en reden zonder aarzelen terug naar huis.
In de auto, kijkend naar de woest bewegende ruitenwissers en de golven op het Veerse Meer moest ik plots denken aan het verhaal dat een kennis uit Kroatië me een paar weken daarvoor vertelde: Hoe ze in de jaren ’90 alles achterliet. Met haar baby op de arm vertrok ze lopen vanuit haar woonplaats op zoek naar veiligheid.

Wat als we geen auto hadden gehad, vroeg ik me af. Geen huis om naar toe te vluchten.

Thuis legden we de kinderen in hun warme bedjes waar ze direct in een diepe slaap vielen.

Ik denk aan die nacht als we vanmorgen heel, heel vroeg in de ochtend de slapende kinderen in de auto tillen om op vakantie te gaan.

image

Standard